zondag 16 oktober 2011

De tweede week

Het is nu zondagmiddag als ik dit schrijf. Hoogste tijd om even bij te praten. Vrijdag was een dag van bezoeken.
Nadat ik 's ochtends mijn item over Jacodu had geschreven ben ik 's middags op bezoek geweest bij familie Hiriza. Maria en haar 4 kinderen wonen in Bazna op de heuvel. Ze hebben het niet breed. Maria sinds eentijdje om gezondheidsredenen werekloos en krijgt een kleine uitkering. Een uitkering die afgelopen maand weer met enkele tientallen procenten was gekort vanwege bezuinigingen. Alleen hun zoon Vlad gaat nog naar school. Dochter Anna is gestopt met school omdat de kosten voor de busreis niet meer betaald kan worden. Soms vind ik het erg moeilijk om voor hen gezinnen te bidden, terwijl er vaak praktische hulp nodig is. De kerk in Bazna probeert te ondersteunen, maar de financiële crisis in Roemenië heeft er voor gezorgd dat de nood alleen maar groter is geworden. Toch blijven de Roemenen hun geloof in God vasthouden. Dit geloof is vaak de enige houvast die ze nog hebben.


Na dit gesprek liep ik met liep ik Marius, mijn tolk mee naar zijn huis. Hier zou ik wachten voordat we naar het volgende bezoek zouden gaan. Bij zijn huis werd ik aangesproken door een Roemeen Vio (afkorting van Viorel). Hij vroeg of ik een vuurtje had. Het was een man van het formaat klerenkast. Toen hij erachter kwam dat ik wat Duits kon spreken, startte hij in gebrekkig Duits een gesprek met me. Hij had als uitsmijter in een Duitse discotheek gewerkt, wat paste bij zijn postuur. Hij stortte zijn hele levensverhaal voor me uit. Hij geloofde niet meer dat God van hem kon houden, omdat hij zoveel verkeerd had gedaan in zijn leven. Hij worstelde met het feit dat hij het moeilijk vond om voldoende geld voor zijn gezin te verdienen. Het bleek dat hij die nacht zijn vrouw zodanig geslagenhad dat zijn hiervoor behandeld moest worden. Zij waren beide dronken geweest en zijn vrouw had hem in haar boosheid geschopt waarop hij haar had geslagen. Gaandeweg het gesprek werd hij "steeds kleiner". Ik heb naar mogen luisteren en kon het verhaal van de verloren zoon vertellen. Dat God als Vader nog steeds op hem wacht. Uit de liefde van Vio voor zijn twee kinderen kon ik hem vertellen dat God net zoveel om hem geeft als hij (Vio) om zijn kinderen. Ik mocht na het gesprek voor hem bidden. Hij vroeg of ik nog langer bleef in Bazna. We hebben de afspraak gemaakt dat ik hem opzoek als ik terug ben in Bazna over een week.
's Avonds eerst bij Janos en Adela geweest ook daar voor hen gebeden. Ook hier veelal financiële nood. Geen geld om hout te kopen voor de winter.
Als laatste een bezoek gebracht aan Eduard, de baby voor wie ik en kinderwagen heb meegenomen. Eduard is de zoon van Emilia en Gietze. Zij is een nichtje van Leontina en Hilda, twee vrouwen uit de kerk in Bazna. zij hadden van het zomer gevraagd of er nog een kinderwagen was. Zuster Annet uit Beth-Shalom had er nog een en deze mocht ik meenemen en dus nu afleveren.


Zaterdag was een reisdag. Eerst de Casa opgeruimd en schoongemaakt. Spullen gepakt en naar Câmpina gereisd. Daar in de middag aangekomen. Goed om weer bij Henk en Ineke te zijn. De avond doorgebracht bij de "meiden van de stichting". Het was filmavond. Ik heb ondertussen mijn preek voor deze ochtend voorbereid. Daar zal ik in het volgende item meer over vertellen. Over een drie kwartier gaan we naar Sotrille, naar een zigeunerkerkje waar ik uitgenodigd ben om te spreken. Ik zie er naar uit.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten