We vertrokken om 9.00 uur naar Ploiesti om levensmiddelen te kopen voor de voedselpakketten, Olie, bloem, maismeel, suiker en nog wat pasta.
Van het meeste 80 stuks om er 40 pakketten mee te vullen. Het weer is gelukkig omgeslagen. Na een aantal dagen grijze lucht met veel sneeuw scheen vandaag de zon. De weg ligt nog wel vol drap, maar het landschap is in de zon schitterend wit.
Alles paste achterin de ruime bagageruimte van de nieuwe auto van Henk en Ineke. Ze zijn er erg blij mee. Op de terug weg hebben we Ruben en Inga en hun dochtertje Ziva opgepikt uit Banesti. Gisteren hebben ze in Boekarest een aanrijding gehad waarbij hun auto zo beschadigd raakte dat deze naar de sloop moet. Ruben heeft er wat letsel aan zijn neus aan overgehouden. Ze kunnen nog een paar dagen van de oude auto van Henk en Ineke gebruik maken voordat deze naar de nieuwe eigenaars gaan.
De goederen werden in de kerk afgeleverd en samen met het materiaal dat ze al hadden en uit Nederland is meegekomen met Henk en Gigi gaan we morgen de pakketten samenstellen en is het de bedoeling dat deze morgen rondgebracht gaan worden. Met het geld dat we in Beth-Shalom ingezameld hebben verwacht Henk een groot deel van de winter materiaal te kunnen aanschaffen voor vooral die gezinnen die echt geen inkomsten hebben en moeten leven van steun als deze. Het is super dat we als kerk zoveel geld hebben kunnen bijeenbrengen en dat deze mensen de winter doorgeholpen kunnen worden.
De rest van de middag heb ik me voorbereid op de spreekbeurt bij de jeugd vanavond. Normaal wordt deze avond bij Ruben en Inga thuis gehouden. Vanwege het ongeluk werd besloten de avond in de kerk te houden (tussen het materiaal van de pakketten).
Eerst leken er geen mensen te komen, maar uiteindelijk hebben we met zes man gekeken naar het leven van David uit de bijbel, Ondanks zijn beroerde levensomstandigheden van tijd tot tijd wist hij dat zijn identiteit lag in zijn relatie met God, die hij als Vader had leren kennen. Dit heeft David zo mooi verwoord in Psalm 27:
De HEERE is mijn licht en mijn heil,
voor wie zou ik vrezen?
De HEERE is mijn levenskracht,
voor wie zou ik angst hebben?
2 Toen kwaaddoeners op mij afkwamen,
om mij levend te verslinden
- mijn tegenstanders en mijn vijanden-
struikelden zij zelf en vielen.
3 Al belegerde mij een leger,
mijn hart zou niet vrezen;
al brak er een oorlog tegen mij uit,
toch vertrouw ik hierop.
4 Eén ding heb ik van de HEERE verlangd,
dát zal ik zoeken:
dat ik wonen mag in het huis van de HEERE,
al de dagen van mijn leven,
om de lieflijkheid van de HEERE te aanschouwen
en te onderzoeken in Zijn tempel.
5 Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut
in dagen van onheil.
Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn tent,
Hij plaatst mij hoog op een rots.
6
Nu heft mijn hoofd zich omhoog
boven mijn vijanden, die mij omringen.
Ik zal in Zijn tent offers brengen onder geschal van trompetten;
ik zal zingen, ja, ik zal psalmen zingen voor de HEERE.
7 ¶ Hoor, HEERE, mijn stem als ik roep;
wees mij genadig en antwoord mij.
8 Mijn hart zegt tegen U wat U Zelf zegt:
Zoek Mijn aangezicht.
Ik zóek Uw aangezicht, HEERE,
9 verberg Uw aangezicht niet voor mij.
Wijs Uw dienaar niet af in toorn,
U bent mijn hulp geweest;
laat mij niet in de steek en verlaat mij niet,
o God van mijn heil.
10 Want mijn vader en moeder hebben mij verlaten,
maar de HEERE zal mij aannemen.
11 HEERE, leer mij Uw weg,
leid mij op een geëffend pad
omwille van mijn belagers.
12 Geef mij niet over aan de begeerte van mijn tegenstanders,
want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan
en mensen die briesen van geweld.
13 Als ik toch niet had geloofd dat ik de goedheid van de HEERE
zou zien in het land van de levenden,
ik was vergaan.
14 Wacht op de HEERE,
wees sterk
en Hij zal uw hart sterk maken;
ja, wacht op de HEERE.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten